Outils :Vous avez un site web ? Un blog ?
Technorati reactions rencontre |
| Rzeczpospolita Polska | |||
|
|||
| Basisgegevens | |||
| Officiële landstaal: | Pools | ||
| Hoofdstad: | Warschau | ||
| Regeringsvorm: | Republiek | ||
| Staatshoofd: | president Lech Aleksander Kaczyński | ||
| Regeringsleider: | premier Donald Tusk | ||
| Religie: | Rooms-katholiek (90%)[1] | ||
| Oppervlakte: | 312.685 km² [2] (2,6% water) | ||
| Inwoners: | 38.230.080 (2002)[3] 38.500.696 (2008)[4] (123,1/km² (2008)) |
||
| Overige | |||
| Volkslied: | Mazurek Dąbrowskiego | ||
| Munteenheid: | złoty (PLN) |
||
| UTC: | +1 (zomer +2) | ||
| Nationale feestdag: | 3 mei (Dag van de Grondwet), 11 november (Onafhankelijkheidsdag) | ||
| Web | Code | Tel. | .pl | POL | 48 | ||
| Voorgaande staten | |||
| ← |
1989 (Val Communisme) | ||
| Topografie | |||
| Zie ook | |||
|
|||
Polen (Pools: Polska officieel Rzeczpospolita Polska) is een land in Midden-Europa. In het westen wordt het begrensd door Duitsland (Oder-Neissegrens), in het zuiden door Tsjechië en Slowakije, in het oosten door Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne en in het noorden door de Oostzee en door Rusland (exclave Kaliningrad). In poëzie wordt Polen ook wel Lechia genoemd.
Inhoud |
De geschiedenis van Polen gaat terug tot 966 na Christus, toen vorst Mieszko I zich bekeerde tot het christendom en de verschillende Slavische stammen op de laagvlakte tussen de rivieren Oder en Wisła verenigde. Zijn zoon Bolesław de Dappere werd tot eerste koning gekroond en verstevigde de positie van de jonge staat in Midden-Europa. Het woord Polen is afkomstig van het Poolse woord Pole, hetgeen veld of vlakte betekent.
Onder koning Casimir de Grote (1333-1370) moderniseerde Polen; de Universiteit van Krakau (1364) werd opgericht, de economie groeide sterk en het land werd uitgebreid in oostelijke richting. In 1386 werden Polen en Litouwen in personele unie samengevoegd in een gemenebest onder heerschappij van Władysław II Jagiełło, koning van Polen, grootvorst van Litouwen (1386-1444). Het Pools-Litouwse rijk was tussen 1386 en 1572 qua oppervlakte het grootste rijk in Europa, dat zich uitstrekte vanaf de Oostzee tot de Zwarte Zee, met het huidige Wit-Rusland en grote delen van het huidige Oekraïne binnen zijn grenzen. In 1569 werden de twee staten nauwer aan elkaar verbonden in het Pools-Litouws Gemenebest. Polen kreeg in 1791 de eerste geschreven grondwet in Europa. Het hervormingsproces stopte met de verdelingen van Polen onder Rusland, Oostenrijk en Pruisen (1772, 1792 en 1795, zie: Poolse delingen). Het tijdens de napoleontische oorlogen opgerichte Hertogdom Warschau werd door de Russische tsaren geannexeerd.
Tussen 1795 en 1918 vonden er twee grote opstanden plaats met als doel het herstel van een soeverein Polen. Beide opstanden, in 1830 en 1863 mislukten met grotere repressie van de overheersers tot gevolg. Polen kende echter een sterke bloei van het (veelal clandestiene) culturele leven, die van belang zouden zijn bij het in stand houden van het Poolse onafhankelijkheidsstreven. In 1915 werd door Oostenrijk-Hongarije en het Duitse Keizerrijk het Regentschap Polen opgericht in het voormalig Congres-Polen, maar oude Poolse gebieden zoals de provincie Posen (Poznan, Wielkopolska) maakten hiervan geen deel uit.
Na de Eerste Wereldoorlog werd in 1918 een nieuw groter Polen opgericht, dat zijn onafhankelijkheid tegenover de Sovjet-Unie succesvol verdedigde tijdens de Poolse-Russische Oorlog van 1919-1921. Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog werd het land verdeeld tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Na de Tweede Wereldoorlog, waarbij 20% van de bevolking was omgekomen en het land zwaar was getroffen, werden zowel de oostgrens als de westgrens naar het westen opgeschoven: het kreeg uitgestrekte gebieden van het overwonnen Duitsland (gebied 1931, zuidelijk Oost-Pruisen, Pommeren, Neder-Silezië, Opper-Silezië, Danzig, Neumark/Oost-Brandenburg), maar verloor anderzijds nog meer oostelijke gebieden (Kresy) aan de Sovjet-Unie (Litouwse, Oekraïense en Wit-Russische sovjetrepublieken). Dit had voor Polen enorme gevolgen: in de voormalige Duitse gebieden hadden voor de oorlog 9,2 miljoen Duitsers gewoond; zij werden verdreven, gedeporteerd en soms vermoord door de autoriteiten van de Volksrepubliek Polen, bijgestaan door het Sovjet-legerkorps. Aan de andere kant moesten bijna één miljoen Poolse burgers de gebieden die nu aan Wit-Rusland en de Oekraïne kwamen verlaten; de door Polen verloren oostelijke gebieden waren echter reeds veelal grotendeels Wit-Russisch of Oekraïens bewoond.
In 1980 volgde arbeidersonrust in Gdańsk onder Lech Wałęsa en de vakbond Solidarność. In augustus 1989 won deze de verkiezingen, de eerste vrije verkiezingen achter het IJzeren Gordijn. Daarna stortten alle communistische regimes van de overige Centraal- en Oost-Europese landen in, met als symbolisch hoogtepunt de val van de Berlijnse muur. In 1999 voegde Polen zich bij de NAVO, sinds 1 mei 2004 is het land lid van de Europese Unie.
De officiële taal is Pools. Bij de laatste volkstelling van 2002 werden 36.983.700 Polen geregistreerd, oftewel 96,74% van de bevolking. De belangrijkste minderheden van de overgebleven 471.500 (1,23%) zijn de Sileziërs (173.200) en de Duitsers (152.900). Bij de volkstelling gaven 774.900 mensen (2,03%) geen nationaliteit op.
In Silezië bevindt zich het grootste deel van een aanzienlijke Duitse minderheid, een kleiner deel in Pommeren en Ermland. Verdere minderheden zijn de Kasjoeben nabij Gdańsk, alsmede kleine groepen Oekraïners, Litouwers, Wit-Russen en Roethenen (Lemko). Het Russisch, Duits en het Engels worden het meest gesproken als tweede taal. Engels, wat sinds enkele jaren als tweede taal wordt geleerd op school, meer onder jongeren, Russisch en Duits meer onder ouderen, ook al kan die laatste taal bij sommige Polen gevoelig liggen. Het Russisch is jarenlang als tweede taal op scholen gegeven en wordt mede door de taalverwantschap nog steeds door veel Polen gesproken.
In 2002 was 89,8% rooms-katholiek, waarvan 75% praktiserend (in Warschau veel minder). 1,3% was oosters-orthodox (vooral een Wit-Russische minderheid in Podlachië), 0,3% protestant en 8,3% had geen religie aangegeven. [1]
De Heiligen Casimir, Stanislaus (van Krakau), Wojciech (Adalbert), Stanislaus Kostka, Andreas Bobola, Hyacinthus en Cunegonde zijn de patroonheiligen van Polen.
In Polen zijn er 16 woiwodschappen of provincies die verder zijn onderverdeeld in 379 districten (powiats). Deze powiats zijn weer onderverdeeld in 2478 gemeentes (gmina's).[6] Voor lijsten van bestuurlijke indelingen zie:
De 16 woiwodschappen of provincies zijn:
|
Warschau (Warszawa) is de hoofdstad van Polen.
Enkele grote Poolse steden zijn:
Zie ook:
Zie ook:
Alle belangrijke Poolse feesten hebben een samenhang met de christelijke tradities. Poolse feesten stammen niet alleen af van de christelijke rituelen, maar ook van de gebruikelijke en bestendige elementen van de heidense plechtigheden. Deze mengeling veroorzaakte, dat de heidense tradities zich met de christelijke tradities vervlecht hebben en deze een nieuwe betekenis en maat gegeven hebben.
Er zijn diverse nationale parken in Polen. Zie ook:
| Geschiedenis van Polen |
|
Eerste Piastenkoninkrijk (1025-1146) Poolse delingen (1772/1793/1795)
Regentschapskoninkrijk Polen (1916-1918) Duitse bezetting (1939-1945)
Volksrepubliek Polen (1952-1989) |
Reeds in 1989 werd er een tweekamerstelsel ingevoerd. De Sejm werd verdeeld in een hoger- en een lagerhuis. Het lagerhuis (Sejm) telt 460 leden, het hogerhuis (Senaat) telt 100 leden. Via een speciale regeling wisten de communisten tot 1990 nog aan de macht te blijven.
In 1991 werd een stelsel van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd.
De president wordt sinds 1991 rechtstreeks gekozen. Hij heeft verregaande bevoegdheden en kan het parlement ontbinden, heeft vetorecht en kan verkiezingen uitschrijven.
In 1990 werd Polen gedecentraliseerd, de lokale overheden kregen meer bevoegdheden. Bestuurlijk gezien is Polen verdeeld in 16 województwa (provincies). Naast provincies zijn er 822 steden en 2121 gemeenten.[7]
Polen telt in totaal 123 vliegvelden waarvan 12 bestemd voor burgerluchtvaart. Naast het vliegveld van Warschau (8,1 miljoen passagiers in 2006) zijn Luchthaven Kraków-Balice (2,35 miljoen passagiers in 2006), Luchthaven Katowice-Pyrzowice (1,44 miljoen passagiers in 2006) en Luchthaven Gdansk Lech Wałęsa (Gdansk-Rebiechowo) (1,25 miljoen passagiers in 2006) het grootst.
Aantal passagiers en vluchten in 2007. Lijst van luchthavens in volgorde van grootte, met % verandering sinds 2006:
| Stad | IATA Code |
ICAO Code |
Passagiers | Cargo in ton |
Aantal vluchten |
| Warschau | WAW | EPWA | 9 268 551 (+14,40%) | 133 142 | |
| Krakau | KRK | EPKK | 3 042 351 (+29.60%) | 34 900 | |
| Katowice | KTW | EPKT | 1 980 358 (+37.66%) | 18 399 | |
| Gdańsk | GDN | EPGD | 1 741 226 (+39.32%) | 20 664 | |
| Wrocław | WRO | EPWR | 1 270 825 (+48.13%) | 26 948 | |
| Poznań | POZ | EPPO | 864 647 (+35.73%) | 12 213 | |
| Łódź | LCJ | EPLL | 308 775 (+50.83%) | 5 219 | |
| Rzeszów | RZE | EPRZ | 273 638 (+32.23%) | 3 022 | |
| Szczecin | SZZ | EPSC | 227 899 (+29.00%) | 3 591 | |
| Bydgoszcz | BZG | EPBY | 181 853 (+36.72%) | 2 869 | |
| Zielona Góra | IEG | EPZG | 6 739 (-18,96%) | 714 | |
| Szczytno | SZY | EPSY | 0 (0%) | 0 (0%) | 0 (0%) |
| Totaal | - | - | 19 166 862 (+24.77%) | 261 681 |
Het Pools wegennet telt 423.997 kilometer, waarvan 295.356 kilometer verhard en 128.641 kilometer onverhard is (stand 2003). Hiervan is 1119 kilometer snelweg waarvan 831 met een A aanduiding (snelheidslimiet 130 km/h) en 288.1 kilometer met een S aanduiding (snelheidslimiet 110 km/h) (december 2008). In april 2009 zal 51 km nieuwe snelweg met een A en 89 km met een S aanduiding in gebruik worden genomen. Uiteindelijk zal het snelwegennet uitgebreid worden tot 2004,4 km met een A aanduiding en 5745 km met een S aanduiding.[9]
De kwaliteit van de wegen is verschillend, van zeer goed tot slecht. Momenteel wordt er gewerkt aan het uitbreiden van het snelwegennet. Er zijn zes snelwegen met een A-nummer, waarvan 41% voltooid is (stand 2008):
Het gehele jaar is het in Polen verplicht met licht aan te rijden.
Polen kent een uitgebreid spoorwegennet van 23072 kilometer dat wordt beheerd door de Poolse staatsspoorwegmaatschappij PKP (Polskie Koleje Państwowe). Wel rijden treinen relatief langzaam op de meeste trajecten door achterstallig onderhoud. Tot 2012 zullen de meeste lijnen tussen grote steden gemoderniseerd worden. De snelheden zullen verhoogd worden naar 160 km/h voor de klassieke treinen en 200 km/h voor de hogesnelheidstreinen.
Tussen de grote steden rijden intercitys, de rest van het land wordt bediend door sneltreinen, versnelde treinen en stoptreinen.
Warschau is via een rechtstreekse Intercity verbonden met Berlijn. Deze trein stopt ook in het ongeveer halverwege gelegen Poznań, rijdt meerdere malen per dag en doet ongeveer 6 uur over de route. Ook steden als Gdansk, Krakau, Szczecin en Wrocław zijn rechtstreeks verbonden met Berlijn. Een van de betere binnenlandse verbindingen op dit moment is het traject tussen Warschau en Krakau. De intercitys en sneltreinen doen er 2 uur en 45 minuten over een afstand van ongeveer 300 kilometer.
De Poolse economie kende in 2008 een groei van 5,3%. Koopkracht per inwoner per jaar bedroeg in 2008 volgens de Eurostat € 14000,-.
In 2008 bedroeg de werkloosheid 9,7%.
In 2009 zal de huidige belastingstelsel van drie percentages (19, 30 en 40 procent) worden vervangen door twee percentages van 18 en 32 procent, wat naar verwachting de economie zal stimuleren.
Het klimaat van Polen is een overgang van een gematigd zeeklimaat in het noorden en westen van het land naar een droog landklimaat in het zuiden en oosten. De neerslag bedraagt in de Karpaten en de Sudeten meer dan 800 mm per jaar; op de plateaus en meervlakten 600 tot 800 mm per jaar en in Centraal-Polen 450 mm. In de maanden september en oktober wordt het frisser en neemt de kans op regen toe, maar het aantal zonnige dagen is nog behoorlijk groot. November en december hebben veel mist en regen.
De winters duren van circa half december tot in april en zijn door de oostenwinden in het oosten en het zuiden erg streng met veel sneeuwval. Rivieren en meren zijn in die regio’s dan grotendeels bevroren. In de bergen komt de temperatuur ca. 130 dagen per jaar niet boven het vriespunt uit.
In de lange, warme zomerperiode stijgt de temperatuur tot boven 25°C; in de winter daalt het kwik tot onder 0°C. De gemiddelde julitemperatuur is 17°C aan de Oostzee tot 20°C in het zuidoosten; de gemiddelde januaritemperatuur varieert regionaal van -1°C tot -6°C.
Bronnen, noten en/of referenties:
| Lidstaten van de Europese Unie | ||
|---|---|---|
|
|
||
| Landen in Europa |
|---|
|
Albanië · Andorra · Armenië · Azerbeidzjan · België · Bosnië en Herzegovina · Bulgarije · Cyprus · Denemarken · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Georgië · Griekenland · Hongarije · IJsland · Ierland · Italië · Kazachstan · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Moldavië · Monaco · Montenegro · Nederland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · San Marino · Servië · Slovenië · Slowakije · Spanje · Tsjechië · Turkije · Vaticaanstad · Verenigd Koninkrijk · Wit-Rusland · Zweden · Zwitserland |
| Zoek Polen op in het WikiWoordenboek. |
rencontre