Outils :Vous avez un site web ? Un blog ?
Technorati reactions rencontre |
Auteursrecht (ook bekend als copyright) is het recht van de auteur of een eventuele rechtverkrijgende van een werk van literatuur, wetenschap of kunst om te bepalen hoe, waar en wanneer zijn werk wordt gepubliceerd of vermenigvuldigd. Dit recht ontstaat vanzelf bij het maken van zo'n werk: de bedoeling of geestesgesteldheid van de maker is niet relevant.
Aanvankelijk was het auteursrecht bedoeld voor de tekst van boeken, maar door een geleidelijke uitbreiding van het werkingsgebied is het tegenwoordig ook op veel andere zaken van toepassing, zoals toespraken, software, foto's, films, opgenomen muziek, beeldende kunstwerken, bouwwerken en journalistiek werk.
De wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten is de basis van de huidige Belgische auteursrechtregeling. De wet beschermt letterkundige en kunstwerken. Overeenkomstig de Conventie van Bern (9 september 1886) waarvan de laatste herziening in België op 25 maart 1999 in wettekst is omgezet, is de bovenvermelde uitbreiding van het werkingsgebied ook in België gangbaar.
Er zijn twee basisvereisten. Vooreerst moet de creatie gematerialiseerd zijn zodat ze aan derden meegedeeld kan worden. Een idee of een theorie kunnen zonder notatie niet beschermd worden door het auteursrecht. Ook moet het een originele creatie zijn, met een intellectuele bijdrage van de auteur.
Registratie of depot is niet noodzakelijk, maar kan gebeuren bij registratiebureau's van de FOD Financiën of een notaris. Deze twee methodes verlenen een rechtsgeldige vaste datum aan de creatie. Het Benelux Bureau voor Tekeningen of Modellen en sommige privé-organisaties maken ook een registratie mogelijk, waar de rechter de bewijskracht van kan beoordelen.
De morele rechten zijn onvervreemdbaar en elke overdracht is nietig, de vermogensrechten zijn overdraagbaar.
Opzettelijke schending van het auteursrecht, waaronder wordt verstaan een verveelvuldiging en verspreiding zonder de vereiste voorafgaande toestemming van de maker of de eventuele rechthebbende, geldt in Nederland als een misdrijf. Ze kan zelfs met gevangenisstraf worden bestraft. Bij schending van auteursrecht kan ter vervolging bij de politie aangifte gedaan worden. In de praktijk zal zelden daadwerkelijk door het Openbaar Ministerie tot vervolging van verdachten worden overgegaan, tenzij er sprake is van grootschalige opzettelijke inbreuk. Een civiele rechtszaak is wel mogelijk: daarin kan worden verlangd dat de verveelvuldiging en verspreiding wordt gestaakt en ook kan een schadevergoeding en een eventuele winstafdracht door de inbreukpleger worden verlangd.
Artikel 1 van de Auteurswet van 23 september 1912 definieert 'auteursrecht' als volgt:
"Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld."
Volgens de Nederlandse Hoge Raad in het Van Dale/Romme-arrest is elk originele schepping waarin het stempel van de maker te herkennen is een auteursrechtelijk beschermd werk. Dat het auteursrecht niet altijd gaat boven de vrijheid van meningsuiting heeft de rechter bepaald in het Scientology-arrest.
De Nederlandse Auteurswet bevat ook een bijzondere bepaling voor nieuws en ook een bepaling voor het wettelijk vrijgelaten beperkt eigen gebruik.
Auteursrecht is het exclusieve, d.w.z. anderen uitsluitende, recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Hieronder valt onder andere het recht om kopieën en reproducties van het werk te maken, te verkopen of om van dit werk afgeleide producten te maken en het werk publiekelijk tentoon te stellen.
Volgens het Nederlandse auteursrecht kan de maker het auteursrecht ook overdragen aan een ander, bijvoorbeeld door het auteursrecht te verkopen. Daarnaast kan de maker een licentieovereenkomst sluiten met iemand die te kennen geeft het werk openbaar te willen maken of te willen verveelvoudigen. Bij het verlenen van een licentie behoudt de licentiegever zijn auteursrecht, doch staat deze aan de licentienemer, doorgaans onder een of meerdere voorwaarden (meestal doch niet noodzakelijkerwijs: een financiële vergoeding) gedragingen toe die anders als een inbreuk zouden gelden. Indien het niet verkocht is erven bij het overlijden van de auteur diens nabestaanden het auteursrecht.
Het auteursrecht regelt de bescherming van artistieke en wetenschappelijke scheppingen en behoren tot het intellectuele (geestelijke) eigendom. Ook tot intellectueel eigendom worden gerekend octrooien, tekening- en modelrechten, kwekersrechten en merken en handelsnamen. Soms wordt wel de term "industriële eigendom" gebruikt voor deze rechten, ter onderscheid van het intellectuele eigendom waartoe auteursrecht en naburige rechten dan gerekend worden.
Auteursrecht ontstaat automatisch door de "creatieve daad" en is van kracht tot 70 jaar na het overlijden van de maker. Er is geen formele eis, zoals registratie, depot, aanvraag of zelfs het plaatsen van een copyright-teken nodig om aanspraak te kunnen maken op de bescherming. In het bijzonder geldt dat een werk niet af hoeft te zijn voor het beschermd is: elke kladversie is ook al beschermd, zolang er dus maar de creatieve hand van de maker in te herkennen is.
In tegenstelling tot octrooien die het monopolierecht verlenen voor uitvindingen, geldt auteursrecht alleen voor specifieke creatieve uitingen van één of meer ideeën. Het zelf maken van een werk dat lijkt op een bestaand werk is dus geen inbreuk op het auteursrecht. Daarbij mogen echter geen concrete elementen worden overgenomen uit het oude werk. Het zodanig wijzigen van een oorspronkelijk werk dat er een nieuw, eigen, werk ontstaat is dus inbreuk op het auteursrecht, alhoewel er tegelijk wel auteursrechtelijke bescherming op het nieuwe werk rust.
Wanneer iemand eigenaar is geworden van een fysiek product waarop een auteursrechtelijk beschermd werk staat (bijvoorbeeld een boek of een cd met muziek), mag deze met dat product een aantal zaken doen zonder daar in beperkt te worden. Zo mag hij het werk doorverkopen aan een ander. Dit vervallen van de rechten van de maker van het werk op dat ene exemplaar van het werk heet uitputting van het auteursrecht. Uitputting geldt alleen voor het ene exemplaar dat aan die persoon verkocht is. Een kopie of een gewijzigde versie mag echter niet zomaar worden doorverkocht of tentoongesteld.
Het volgrecht kan een uitzondering zijn op de uitputting van het auteursrecht wanneer het grafische of beeldende kunst betreft en de verkoop en verkoopsprijs aan bepaalde voorwaarden voldoen.
Niet in alle gevallen is het maken van kopieën het alleenrecht van de eigenaar van het auteursrecht of van licentiehouders. Hier volgen enkele voorbeelden.
De overdracht van het auteursrecht kan alleen door middel van een onderhandse akte. Deze mag op papier maar ook elektronische akten zijn tegenwoordig mogelijk.[1] [2]. Daarbij moet het woord "overdracht" en de aanvaarding daarvan bij voorkeur letterlijk worden opgenomen. Ook moet de akte worden ondertekend door beide partijen.
Na overdracht verliest de oorspronkelijke eigenaar de zeggenschap (behoudens de persoonlijkheidsrechten) over het auteursrecht. In plaats van het overdragen van het auteursrecht wordt dan ook vaak een gebruiksrecht gegeven voor een bepaald doel. Dit heet een gebruiksrecht of, in distributieverhoudingen, licentie. De rechthebbende behoudt dan het auteursrecht, maar staat een ander, de gebruiker (of licentienemer), toe om aan de rechthebbende voorbehouden handelingen te verrichten.
Indien de maker in loondienst werkzaam is, in de zin van een arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld met een uitgever van een tijdschrift), geldt als regel een (stilzwijgende) afstand of overgang van de exploitatierechten waardoor deze aan de werkgever toevallen, tenzij anders door partijen was overeengekomen. Betreft het niet de rechtsfiguur arbeidsovereenkomst, dan geldt andersom: behoud van rechten, tenzij anders overeengekomen. Zie ook hieronder onder persoonlijkheidsrechten.
Ook nadat de auteur het auteursrecht heeft overgedragen of licentie heeft verstrekt kan de auteur zich in sommige gevallen met een beroep op "persoonlijkheidsrechten" verzetten tegen publicatie. Dit recht dient met name ter bescherming van de immateriële belangen van de auteur. Het is dan aan de rechter om te beoordelen of een en ander ook het geval is. Mogelijke gronden kunnen zijn wanneer hij niet als auteur wordt vermeld of niet het nodige respect wordt getoond tegenover zijn werk, wanneer het wordt gebruikt op een wijze of in een context die niet overeenstemt met de bedoeling waarmee het was gemaakt. Op grond van artikel 6bis van de Berner Conventie blijft (voor de landen die zich daarbij hebben aangesloten) het recht zich daartegen te verzetten altijd bij de maker, ook indien deze zijn exploitatierecht zou hebben afgestaan. In Nederland is dit neergelegd inartikel 25 van de Auteurswet 1912.
Klassieke voorbeelden zijn gebruik in een onwelgevallige politieke context (voor een concreet geval zie Koen Wessing) of bijvoorbeeld gebruik van kerkmuziek in het spookhuis op de kermis. Van schending van dit recht kan ook sprake zijn wanneer de publicatie onder een andere naam wordt uitgegeven. Ook kan hij zich, binnen de grenzen van de redelijkheid, verzetten tegen verandering en behoudt hij het recht zich te verzetten tegen misvorming van zijn werk en tegen verminking wanneer dit in het nadeel zou zijn van de eer en de goede naam van de maker.
Een tamelijk extreem voorbeeld hiervan is het persoonlijkheidsrecht dat een architect heeft op zijn ontwerpen in al hun uitvoeringen — dus ook de uiteindelijke gebouwen. In het Nederlandse recht is een aantal gevallen bekend van architecten die zich, op grond van het auteursrecht, verzet hebben tegen ingrijpende veranderingen aan of sloop van "hun" bouwwerken. Denk aan het toevoegen van een goedkoop houten schuurtje aan een groot gebouw van glas en staal, of het ophangen van knaloranje zonwering. Volgens de laatste jurisprudentie is sloop van een werk echter geen inbreuk op het persoonlijkheidsrecht, omdat daarmee de reputatie van de maker niet wordt aangetast.
Tenzij anders overeengekomen, wordt indien een werk tot stand komt in dienst van een ander, als maker aangemerkt degene in wiens dienst het werk tot stand kwam. Het auteursrecht berust dan bij de werkgever, de persoonlijkheidsrechten bij de werknemer, die op basis hiervan bijvoorbeeld kan eisen dat hij genoemd wordt. Volgens de jurisprudentie moet onder dienst worden verstaan: in loondienst, d.w.z. indien bij het aangaan van de rechtsverhouding tussen partijen was gekozen voor de wettelijk geregelde figuur van de arbeidsovereenkomst. Bij andere overeenkomsten is zo nodig aan de rechter ter beoordeling of de rechten bij de maker zijn gebleven, dan wel toevallen aan diens wederpartij.
Veel Europese landen voorzien de artiest of uitvoerend musicus ook van recht op wederverkoop, wat betekent dat de kunstenaar, elke keer als een opname van zijn optreden getoond wordt, recht heeft op een deel van de toegekende waarde van zijn werk. Dit staat bekend als "naburige rechten".
Het auteursrecht is nergens ter wereld onbeperkt geldig. Volgens de Berner Conventie vervalt het auteursrecht vijftig jaar na de dood van de auteur. De Europese Unie heeft daar in 1995 naar Duits voorbeeld nog een schepje bovenop gedaan: het auteursrecht vervalt zeventig jaar na de dood van de auteur. Volgens het Nederlandse overgangsrecht geldt deze termijn van zeventig jaar ook voor auteurs die tussen 1923 en 1995 zijn overleden. Voor auteurs die zijn overleden voor 1923 geldt de termijn van vijftig jaar. Als het auteursrecht is verlopen, komt het werk in het publiek domein. Reproducties van zo'n werk kunnen echter nog steeds auteursrechtelijk beschermd zijn, als ze tenminste eigen creativiteit toevoegen aan de reproductie. Zie het Van Dale/Romme-arrest.
Tot de uitvinding van de boekdrukkunst was er niet of nauwelijks sprake van exclusieve rechten op werken. Nadat drukken populair werd, verleenden diverse overheden exclusieve drukrechten op boeken aan drukkers (niet aan auteurs). Een regeling uit Groot-Brittannië uit 1710 (The Statute of Anne) erkende voor het eerst dat auteurs, en niet uitgevers, de eerste rechthebbenden moeten zijn. Het hield tevens bescherming in voor kopers van gedrukt werk, in de zin dat uitgevers het gebruik van verkocht werk niet mochten controleren. Ook beperkte het de duur van dergelijke exclusieve rechten tot 28 jaar, waarna het werk of de werken zouden overgaan tot het publieke domein.
De Berner Conventie (1886) regelde voor het eerst de erkenning van auteursrechten tussen soevereine landen. (In bescherming van auteursrecht werd ook voorzien door de Universele Conventie voor Auteursrecht in 1952, maar die conventie is vandaag de dag alleen interessant uit historisch oogpunt — het is de oorsprong van het ©-teken.)
Onder de Berner Conventie werd auteursrecht automatisch toegekend aan elk creatief werk. De auteur hoeft het niet te laten registreren en hoeft geen aanvraag te doen om de rechten te verkrijgen. Zodra het werk bestaat – dat wil zeggen, geschreven of opgenomen is op een fysiek medium – zijn de auteur automatisch alle exclusieve rechten voor dat werk en alle afgeleide werken toegekend, tenzij en totdat de auteur expliciet afstand doet van die rechten of totdat het auteursrecht is verjaard. De termijn voor verjaring verschilt van land tot land, maar is onder de Berner Conventie minimaal het leven van de auteur plus 50 jaar. In de Europese Unie geldt bijvoorbeeld een termijn van 70 jaren na het overlijden van de auteur.
Wetten op het auteursrecht variëren van land tot land.
Er bestaan echter ook verschillende internationale overeenkomsten met betrekking tot auteursrecht, waaronder:
Daarnaast is er ook een groot aantal verdragen die specifieke onderdelen van het auteursrecht regelen. Te denken valt aan de Europese Richtlijn op de Auteursrechtelijke Bescherming van Software (die voor landen van de Europese Unie regels stelt voor het auteursrecht op software) en de Europese Richtlijn op de Naburige Rechten (rechten die samenhangen met het auteursrecht, maar geen auteursrechten zijn – zoals de rechten van acteurs en cabaretiers op uitvoeringen die zij gespeeld hebben van teksten die door anderen geschreven zijn).
Er zijn veel misverstanden, maar dit zijn de regels voor auteursrecht.
De toenemende wetgeving op het gebied van auteursrecht heeft sommige mensen er toe bewogen actie te voeren voor een minder restrictief en 'vrijer' auteursrechtenbeleid. Deze beweging wordt ook wel de Free Culture-beweging genoemd. Een aantal belangrijke 'leden' van deze beweging zijn onder meer Creative Commons, die lossere licenties aanbiedt die auteurs op hun werk kunnen gebruiken en burgerrechtenorganisaties als het Amerikaanse EFF en het inmiddels grotendeels opgeheven Nederlandse Bits of Freedom. De licenties die deze organisaties propageren vallen vaak onder het kopje copyleft, met als teken een omgedraaide C. Ook Wikipedia gebruikt een copyleftlicentie, de GNU-licentie voor vrije documentatie (GFDL).
| Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Auteurswet 1912 op de Nederlandstalige Wikisource. |
rencontre