Outils :Vous avez un site web ? Un blog ?
Technorati reactions rencontre |
| Carolus Linnaeus | |
|---|---|
|
|
|
|
|
|
| Geboren | 23 mei 1707 |
| Overleden | 10 januari 1778 |
| Geboorteland | Zweden |
| Standaardafkorting | L. |
|
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Carolus Linnaeus aan te duiden bij het citeren van een botanische naam. |
|
Carolus Linnaeus (ook wel Carl Linnaeus, en nadat hij in de adelstand was verheven: Carl von Linné) werd op 23 mei 1707 geboren in Råshult bij Stenbrohult, Zuid-Zweden en stierf op 10 januari 1778 in Uppsala, Zweden. Linnaeus was een Zweedse arts en plantkundige (dit was toentertijd hetzelfde) en bioloog. Tevens was hij geoloog.[1] Hij voerde de binomiale nomenclatuur in en publiceerde Systema Naturae, waarmee hij de basis legde voor de moderne, wetenschappelijke taxonomie.
Inhoud |
Linnaeus werd geboren als kind van Nils Ingemarsson Linnaeus (de achternaam Linnaeus had hij aangenomen als student, omdat een achternaam verplicht was) en Christiana Brodersonia. Linnaeus' vader, zelf dominee, wilde dat Linnaeus theologie ging studeren. Linnaeus had hierin echter weinig interesse, en uiteindelijk wist een leraar zijn vader te overreden erin toe te stemmen dat Linnaeus in plaats daarvan geneeskunde ging studeren.
Tijdens zijn studie verwierf hij een opdracht om de natuurlijke schatten van Lapland te inventariseren. Na zijn onderzoeksreis in 1732 door Lapland schreef hij zijn Florula lapponica. In 1735 vertrok hij naar Nederland om te promoveren. Op 23 juni promoveerde hij in de geneeskunde op het proefschrift 'Hypothesis nova de febrium intermittentium causa' aan de Universiteit van Harderwijk (in zes dagen, waarvan drie voor het drukken van het proefschrift). Tijdens zijn jaren in Harderwijk raakte hij bevriend met David de Gorter.
Vervolgens publiceerde hij zijn Systema Naturae (1735 in Leiden) waarin hij de natuur in drie rijken verdeelde (stenen-, planten- en dierenrijk). Op twee opeenvolgende dagen ging hij bij de Amsterdamse apotheker Albertus Seba op bezoek. Johannes Burman nodigde hem uit op zijn buiten. Soms dronk hij een zuur wijntje bij de herbergier Jan Westerhof, die een menagerie exploiteerde op de Kloveniersburgwal.
Van 13 september 1735 tot 7 oktober 1737 verbleef Linnaeus op de Hartekamp in Heemstede op de grens van Bennebroek. Tegenwoordig heet dit Linnaeushof. Dit was het zomerverblijf van George Clifford, een rijke Amsterdamse koopman en kennis van Herman Boerhaave. Clifford deelde Boerhaave's passie voor planten uit verre streken, die hij verzamelde in zijn oranjerie en tuin in Heemstede. Boerhaave stelde Linnaeus voor aan Clifford als lijfarts en hortulanus. Clifford nam Linnaeus direct in dienst als hortulanus om zijn omvangrijke collectie te omschrijven. Dit boek, Hortus Cliffortianus dat gepubliceerd werd in 1738 is door velen gezien als de basis van Linnaeus' latere werk. Op de titelprent is een kaart van de tuin van de Hartekamp in Bennebroek te zien, met een gedicht van J. Wandelaar, die de pisang (banaan) aanprijst die Clifford in de oranjerie tot bloei had gebracht. Begin 1738 verbleef Linnaeus nog enige tijd op de Hartekamp om te herstellen van cholera alvorens via Frankrijk terug te keren naar Zweden.
Tot op hoge leeftijd bleef Linnaeus hoogleraar en vooraanstaand burger van Uppsala. Hij is begraven in de kathedraal van deze stad, dicht bij de ingang, en er worden nog regelmatig bloemen op zijn graf gelegd.
Linnaeus heeft een grote invloed gehad op het gebied van de biologische taxonomie (het indelen van de levende natuur).
In 1735 publiceerde Linnaeus één van zijn belangrijkste werken: Systema Naturae. De volledige titel was Systema naturae per regna tria naturae, secundum classes, ordines, genera, species, cum characteribus, differentiis, synonymis, locis (Indeling van de natuur in drie natuurrijken en in klassen, ordes, geslachten en soorten; met kenmerken, verschillen, synoniemen en plaatsen).
Systema Naturae beschrijft de drie natuurrijken Dieren, Planten en Mineralen. Het dierenrijk is verder onderverdeeld in zes klassen: I Viervoeters (inclusief de mens), II Vogels, III Amfibieën (reptielen en amfibieën), IV Vissen (inclusief walvissen), V Insekten (geleedpotigen) en VI Wormen (alle overige ongewervelden; inclusief kwallen en inktvissen).
Het meest opzienbarende aspect van Linnaeus' werk was, dat deze voor het indelen van planten uitging van de seksuele organen. In die tijd was het nog een relatief nieuw gegeven, dat planten seksuele organen hadden. Bovendien was het spreken over seksualiteit een groot taboe. Nu maakte Linnaeus juist deze seksuele organen tot de basis van zijn systeem: de planten werden ingedeeld in 24 klassen, al naargelang de aantallen meeldraden. Deze seksuele aard van zijn indeling en het voor die tijd zeer uitgesproken gebruik van seksuele termen, maakte zijn systeem voor sommigen van zijn tijdgenoten controversieel.
De eerste druk van Systema Naturae verscheen in 1735 en bevatte elf pagina's. Het werk groeide en fouten werden gecorrigeerd. In de tiende druk (1758) werden de walvissen verplaatst van de vissen naar de zoogdieren. In deze editie werd ook voor de dieren de binominale nomenclatuur (wetenschappelijke naamgeving) ingevoerd. In 1767 verscheen de dertiende druk.
Een ander bekend werk van Linnaeus' is Species Plantarum (1753). Dit is het werk dat als startpunt dient van de binomiale nomenclatuur voor planten. Dit boek beschreef alle toen bekende plantensoorten en elke soort kreeg ook een soortaanduiding toegewezen. Samen met de geslachtsnaam vormt deze soortaanduiding een binaire naam. Naast deze soortaanduiding gaf Linnaeus ook de volledige naam (een hele zin vol), zoals in die tijd gebruikelijk was. Het verkorte namenstelsel van Linnaeus werd nog voor zijn dood door de meeste botanici en zoölogen overgenomen. Linnaeus classificeerde gedurende zijn leven 7000 soorten planten, en hoewel veel soorten inmiddels zijn heringedeeld ziet men nog steeds de 'L.' van Linnaeus vaak achter botanische namen.
Linnaeus deelde de mens in bij de zoogdieren. Dit brak met het idee dat de mens een geheel op zichzelf staand wezen is. Wel was de mens volgens Linnaeus ver boven de andere dieren verheven. Linnaeus was er, zoals de meeste van zijn tijdgenoten, van overtuigd dat God de natuur had geschapen. Door zijn indeling was het mogelijk ordelijk over de schepping te spreken. Een bekende spreuk was dan ook 'God schiep, Linnaeus ordende'. Linnaeus verdeelde de mens in vijf soorten [2], waarbij de Europese mens gunstig afsteekt tegen de bewoners van andere werelddelen. Zo is de Europese mens 'bekwaam tot uitvindingen' en wordt hij 'geregeerd door wetten', waar bijvoorbeeld de Amerikaan wordt 'geregeerd door gewoonte' en de Afrikaan door 'willekeur'.
Linnaeus' studenten breidden zijn werk uit door niet alleen de planten van Europa maar die van de hele wereld te verzamelen, te benoemen en te beschrijven:
Antarctica
Siberië
Nieuwe Wereld
Midden-Oosten en Noord-Afrika
West-Afrika
Zuid-Afrika, Azië en Oceanië
De bibliografie van Linnaeus omvat ongeveer 180 publicaties. Twee literatuuroverzichten op dit gebied zijn:
Bronnen, noten en/of referenties:
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Carl von Linné van Wikimedia Commons. |
rencontre